Sinds 2013 dienen alle woonzorgcentra in Vlaanderen kwaliteitsindicatoren te registreren voor het Vlaams Agentschap voor Zorg en Gezondheid.
Op basis van deze indicatoren publiceert het Vlaams Agentschap periodiek rapporten over bepaalde elementen van kwaliteitszorg in de woonzorgcentra.
De meeste indicatoren handelen over aspecten van zorg (bv. aanwezigheid van decubituswonden, fixatiebeleid, palliatieve zorg, …). Andere indicatoren trachten via metingen met betrekking tot bv. verzuimbeleid, griepvaccinatie bij medewerkers, …. een beeld te geven van de kwaliteit van zorgverleners en zorgorganisatie. Deze gegevens kunnen ons vervolgens helpen om veranderingstrajecten op te zetten.

Een weergave van de resultaten van de woonzorgcentra van het WoonZorgCollectief vergeleken met de algemene resultaten van de Vlaamse woonzorgcentra vindt u in de hierna volgende tabel.

2018 WoonZorg Collectief Vlaamse WZC
A1 – % bewoners met decubituswonde categorie 2, 3, 4 of onbepaald 2,2 % 2,1 %
A2 – % bewoners met decubituswonde categorie 2, 3, 4 of onbepaald ontstaan in het woonzorgcentrum (optioneel) 1,7 % 1,3 %
B1 – % bewoners met 5% of meer onbedoeld gewichtsverlies in één maand (maart-april) 2,2 % 3,2 %
B2 – % bewoners met 10% of meer onbedoeld gewichtsverlies in een periode van 6 maanden 2,2 % 3,5 %
C1 – % bewoners met één of meer valincident(en) in de afgelopen maand 12,5 % 12,5 %
C2 – % bewoners met twee of meer valincidenten in de afgelopen maand (optioneel) 2,3 % 3,2 %
D4 – % bewoners dat overdag minstens 1 van de 9 middelen tot fysieke fixatie toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 15,3 % 17,5 %
D5 – % bewoners dat ‘s nachts minstens 1 van de 9 middelen tot fysieke fixatie toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 31,9 % 40,4 %
D6 – % bewoners dat overdag het bedhekken toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 5,2 % 6,3 %
D7 – % bewoners dat ‘s nachts het bedhekken toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 30,1 % 39,0 %
D8 – % bewoners dat overdag een gordel (in zetel en/of bed) toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 3,3 % 2,4 %
D9 – % bewoners dat ‘s nachts een gordel (in zetel en/of bed) toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling 0,2 % 0,0 %
E1 – % bewoners dat de afgelopen zeven dagen te maken had met minimaal één medicijnincident 0,8 % 0,0 %
F1 – % gevaccineerde zorgpersoneelsleden met een contract op 1 december en waarbij de vaccinatie betaald is door het woonzorgcentrum 59,2 % 51,1 %
H1 – Aantal bewoners overleden in het woonzorgcentrum 89,2 % 80,0 %
I1 – % bewoners met een up-to-date plan voor de zorg rond het levenseinde, in overeenstemming met de voorkeuren van de bewoner 66,7 % 50,6 %
Y1 – Verhouding uren vrijwilligerswerk gepresteerd in het voorbije kalenderjaar 40,8 u 30,3 u

Uiteraard moeten we deze indicatoren met de nodige voorzichtigheid interpreteren. Zo is de kans op de aanwezigheid van doorligwonden (decubitus) of gewichtsafname bijvoorbeeld hoger in voorzieningen (zoals het WoonZorgCollectief) die zich richten op zwaar zorgbehoevende ouderen.
Ook zijn de cijfers afhankelijk van het gevoerde beleid in de voorziening.
In het WoonZorgCollectief voeren we bewust een fixatie-arm beleid. Dit beleid heeft voor de bewoner heel wat comfortvoordelen maar heeft wel als nadeel dat het risico op valincidenten toeneemt.
Tot slot gaan deze indicatoren telkens over één specifiek kwaliteitsaspect en zijn het veelal momentopnamen gedurende één dag of gedurende een korte periode.
Men moet dus zeer voorzichtig zijn om enkel op basis hiervan grote algemene besluiten te trekken over ‘dé’ kwaliteit van een woonzorgcentrum.
De indicatoren zijn dus zeker nog voor verbetering vatbaar, maar geven ons al wel de kans om specifieke items te vergelijken met andere woonzorgcentra van het WoonZorgCollectief of ruimer, met de andere woonzorgcentra van Vlaanderen. Ook kunnen we onze evolutie in dit kwaliteitstraject opvolgen. En daar hebben onze bewoners en gebruikers alleen maar baat bij.


10 Woon- en zorgcentra voor ouderen in de provincie Antwerpen

Het WoonZorgCollectief is een samenwerkingsverband tussen de tien bovenstaande voorzieningen. Deze voorzieningen zetten zich samen in om ouderen een kwaliteitsvolle zorg en dienstverlening te bieden in een aangename woon- en leefomgeving en om een fijne werkplek te zijn voor al haar medewerkers en vrijwilligers.