Meten van kwaliteit in het WoonZorgCollectief

Het spreekt voor zich dat de voorzieningen van het WoonZorgCollectief streven naar een zo hoog mogelijk niveau van kwaliteit in de zorg- en dienstverlening. Om te voldoen aan de vragen en verwachtingen van onze bewoners en gebruikers zijn we continu op zoek naar kleine en grote initiatieven om de kwaliteit, de tevredenheid en het welbevinden van onze gebruikers te vergroten.

De dagelijkse feedback die we van bewoners, familie en mantelzorgers, huisartsen, … op de werkvloer mogen ontvangen, vinden we voor de evaluatie van onze kwaliteit enorm belangrijk. We hebben oog voor het complimentje maar ook voor de kritische kanttekening.

Tevens maken we in onze organisaties gebruik van volgende instrumenten om onze kwaliteit te evalueren, te borgen en te verbeteren:

Vlaamse kwaliteitsindicatoren

Sinds 2013 dienen alle woonzorgcentra in Vlaanderen kwaliteitsindicatoren te registreren voor het Vlaams Agentschap voor Zorg en Gezondheid.
Op basis van deze indicatoren publiceert het Vlaams Agentschap periodiek rapporten over bepaalde elementen van kwaliteitszorg in de woonzorgcentra.
De meeste indicatoren handelen over aspecten van zorg (bv. aanwezigheid van decubituswonden, fixatiebeleid, palliatieve zorg, …). Andere indicatoren trachten via metingen met betrekking tot bv. verzuimbeleid, griepvaccinatie bij medewerkers, …. een beeld te geven van de kwaliteit van zorgverleners en zorgorganisatie. Deze gegevens kunnen ons vervolgens helpen om veranderingstrajecten op te zetten.

Een weergave van de resultaten van de woonzorgcentra van het WoonZorgCollectief vergeleken met de algemene resultaten van de Vlaamse woonzorgcentra vindt u in de hierna volgende tabel.

 

2016 WoonZorg Collectief Vlaamse WZC
A1 – % bewoners met decubituswonde categorie 2, 3, 4 of onbepaald 2,3 % 2,2 %
B1 – % bewoners met 5% of meer onbedoeld gewichtsverlies in één maand 3,1 % 3,0 %
B2 – % bewoners met 10% of meer onbedoeld gewichtsverlies in een periode van zes maanden 4,7 % 4,1 %
C1 – % bewoners met één of meer valincident(en) in de afgelopen maand 13,4 % 11,5 %
D4 – % bewoners dat overdag minstens 1 van de 9 middelen tot fysieke fixatie toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling  22,4 % 21 %
D5 – % bewoners dat ’s nachts minstens 1 van de 9 middelen tot fysieke fixatie toegepast kreeg tijdens de drie-dagen-telling  42,8 % 45 %
E1 – % bewoners dat de afgelopen zeven dagen te maken had met minimaal één medicijnincident 0,8 % 0,7 %
F1 – % gevaccineerde zorgpersoneelsleden met een contract op 1 december en waarbij de vaccinatie betaald is door het woonzorgcentrum 50,8 % 45,8 %
G1 – % bewoners met 5 tot en met 9 verschillende soorten geneesmiddelen voorgeschreven door de huisarts 52,00 % 51,2 %
G2 – % bewoners met 10 of meer verschillende soorten geneesmiddelen voorgeschreven door de huisarts 27,5 % 29,5 %
H1 – Aantal bewoners overleden in het woonzorgcentrum 80,3 % 80,6 %
I1 – % bewoners met een up-to-date plan voor de zorg rond het levenseinde, in overeenstemming met de voorkeuren van de bewoner 48,8 % 40,0 %
Y1 – Verhouding uren vrijwilligerswerk gepresteerd in het voorbije kalenderjaar 36,3 u 28,2 u

Uiteraard moeten we deze indicatoren met de nodige voorzichtigheid interpreteren. Zo is de kans op de aanwezigheid van doorligwonden (decubitus) of gewichtsafname bijvoorbeeld hoger in voorzieningen (zoals het WoonZorgCollectief) die zich richten op zwaar zorgbehoevende ouderen.
Ook zijn de cijfers afhankelijk van het gevoerde beleid in de voorziening.
In het WoonZorgCollectief voeren we bewust een fixatie-arm beleid. Dit beleid heeft voor de bewoner heel wat comfortvoordelen maar heeft wel als nadeel dat het risico op valincidenten toeneemt.
Tot slot gaan deze indicatoren telkens over één specifiek kwaliteitsaspect en zijn het veelal momentopnamen gedurende één dag of gedurende een korte periode.
Men moet dus zeer voorzichtig zijn om enkel op basis hiervan grote algemene besluiten te trekken over ‘dé’ kwaliteit van een woonzorgcentrum.
De indicatoren zijn dus zeker nog voor verbetering vatbaar, maar geven ons al wel de kans om specifieke items te vergelijken met andere woonzorgcentra van het WoonZorgCollectief of ruimer, met de andere woonzorgcentra van Vlaanderen. Ook kunnen we onze evolutie in dit kwaliteitstraject opvolgen. En daar hebben onze bewoners en gebruikers alleen maar baat bij.

Exit enquête

De exit enquête is een vragenlijst die we een tweetal maanden na het overlijden van een bewoner van het woonzorgcentrum aan de familieleden bezorgen. We peilen naar de ervaringen die ze hebben opgedaan tijdens het verblijf van hun familielid in de voorziening.
De vragen gaan zowel over de zorg- en dienstverlening als over de infrastructuur en de inspraakmogelijkheden.
De resultaten geven dus een beeld hoe de familieleden van onze bewoners de zorg- en dienstverlening hebben ervaren.

Tevredenheidsbevragingen

Ook wij vinden het bevragen van de bewoners zelf uitermate belangrijk. De gebruikers zijn immers de persoon bij uitstek om te weten te komen waar ze al dan niet tevreden over zijn en welke wensen en verwachtingen ze hebben.
Om de drie jaar bevragen we daarom systematisch onze bewoners en gebruikers van onze woonzorgcentra, assistentiewoningen en dagcentra.
Om de neutraliteit en betrouwbaarheid van deze bevraging te garanderen, wisselen we tussen de verschillende voorzieningen van het WoonZorgCollectief medewerkers uit die deze enquêtes afnemen. De geanonimiseerde resultaten van de tevredenheidsbevragingen 2017 per voorziening vindt u hier terug.

Zorginspectie

Om een woonzorgcentrum in Vlaanderen te mogen uitbaten, moet het eerst een erkenning krijgen van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Hiervoor moeten woonzorgcentra voldoen aan erkenningsnormen. Deze normen omvatten voorwaarden zoals hoeveel gekwalificeerd personeel er aanwezig moet zijn, welk comfort en dienstverlening je minimaal dient aan te bieden,…

Om erkend te blijven, ondergaan alle woonzorgcentra regelmatig inspecties. Deze worden uitgevoerd door de afdeling Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Op basis van hun inspectie stelt de afdeling Zorginspectie een inspectieverslag op. Dit verslag bestaat onder andere uit een toelichting over welke elementen aan bod kwamen (niet alle elementen uit de regelgeving komen tijdens alle inspectiebezoeken aan bod), naleving regelgeving en aandachtspunten. Aandachtspunten gaan niet over aspecten die in de regelgeving vermeld staan, het zijn suggesties / adviezen van de zorginspectie. Het inspectieverslag wordt verspreid naar het woonzorgcentrum en Agentschap Zorg en Gezondheid.

Indien er door de afdeling Zorginspectie tekortkomingen worden geformuleerd, stelt het woonzorgcentrum een remediëringsplan op waarin het aantoont hoe de tekortkomingen zullen worden aangepakt en de kwaliteit zal verbeteren. De uitvoering van dit remediëringsplan kan worden gecontroleerd door Zorginspectie en wordt ook teruggekopeld naar het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Het WoonZorgCollectief communiceert transparant over haar inspecties. De meest recente inspectieverslagen en eventuele remediëringsplannen kan u daarom hier terugvinden.

 


10 Woon- en zorgcentra voor ouderen in de provincie Antwerpen

Het WoonZorgCollectief is een samenwerkingsverband tussen de tien bovenstaande voorzieningen. Deze voorzieningen zetten zich samen in om ouderen een kwaliteitsvolle zorg en dienstverlening te bieden in een aangename woon- en leefomgeving en om een fijne werkplek te zijn voor al haar medewerkers en vrijwilligers.